Posts tonen met het label wandelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wandelen. Alle posts tonen

maandag 30 mei 2011

Automatische piloot

Maandagochtend = wekker snooze snooze snooze uit bed klauteren. Ontbijt-tv opzetten, niet kunnen lachen met de stomme mopjes die ze daar maken, ontbijt-tv terug uitzetten. Cornflakes.
Voor de kleerkast staan. Kiezen.
Voor mijn schoenenrij staan en naar beneden kijken. Veters of velcro? Ik ben al bijna te lui ben om überhaupt schoenen aan te doen. Velcro.

Veters of velcro?

Naar school wandelen, via de gewoonlijk route. Ik denk dat ik ze met de ogen toe zou kunnen afleggen.
Voorbij de arts school, steile berg op, bocht naar rechts, oversteken indien groen/rechtdoor lopen indien rood. 200 meter verder wachten indien rood/oversteken indien groen (als ik rood heb bij het eerste licht en ik versnel mijn pas een beetje, heb ik doorgaans groen bij het tweede – zeg nu nog eens dat ik geen optimaal gebruik maak van mijn tijd). Zigzaggen tussen verluchtingsschachten, dóór het hoofdgebouw, langs de boekenwinkel, oversteken, door het bloemenperkje dat toch al kapotgetrapt was door andere mensen, eerste betonstrook, gras, tweede betonstrook, gras. Links kijken, rechts kijken, shit het is hier omgekeerd. Rechts kijken, links kijken, het allemaal niet zo goed meer snappen en dan maar gewoon oversteken in de hoop dat de auto’s wel zullen stoppen voor mijn maandagochtendzelf. Steile berg naar beneden, bocht naar links, voorbij rechtenbibliotheek het auditorium binnen.

Tijdje zitten met mijn rugzak op mijn schoot, staren in de verte. In een ooghoek wandelt vervolgens de prof binnen. Zuchten en notablok uit rugzak tillen. Daar gaan we dan.

Rest van de dag bestaat voornamelijk uit typen en lezen. In de categorie typen is blog typen het hoogtepunt. Categorie lezen kent vanavond een hoogtepunt: mijn dagelijks hoofdstuk Catcher in the Rye.

Straks yoga. Yeey. Ooh wat loop ik over van enthousiasme vandaag. Een en al glimlach.


Op maandagen functioneer ik op automatische piloot. Automatische piloten lachen niet. (De zon lacht ook niet. De zon is een bal met lava. La-va lacht niet, lul.)



For all you music loving people, I think I have officially fallen in love with Bandcamp today. My new favourite musician for at least this week but quite possibly very much longer is Natalie Holmes. I particularly like the song Looking Up. (She's from Bristol and turned 18 today. Yes, yes, people way younger than me are ruling the world these days. Please don't remind me.)


She made the cover art herself. She's awesome.

I'll introduce you to some other geeky Youtube music people on occasion.

dinsdag 10 mei 2011

Blauwe ogen blauw t-shirt

Vandaag en in de categorie 'Domi leeft in een metropool en vindt dat leuk' had ik lunch met twee meisjes die ik in de paasvakantie heb leren kennen op mijn trip door het Zuideiland. Een Amerikaanse, een Mexicaanse en een Belgische aten respectievelijk Japans, Amerikaans en Thais afhaalvoedsel in een park in Nieuw-Zeeland. We konden het zelf amper geloven - aaah, die geglobaliseerde wereld toch.

Het was een mooie dag, minder vochtig dan anders en meer heb ik niet nodig om gelukkig te zijn. Ik vond het dan ook verantwoord na schooltijd nog eens een toer te doen langs mijn favoriete winkels. Beginnen deed ik zoals steeds in het ethisch verantwoord winkeltje dat warm en rood en zoet en schattig uitstraalt, waar de juwelen in het algemeen en oorbellen in het bijzonder zich weinig subtiel aan mij opdringen, mij verleiden en daar succesvol in zijn. Rinkelend en schuddend met mijn nieuw verworven koperen armband - het draait niet om de armband; ik had een kindje in een Aziatisch ontwikkelingsland een ongelooflijk plezier gedaan - struinde ik een gezellige naburige boekhandel binnen. Ik probeerde poolshoogte te nemen van de recentste ontwikkelingen in de contemporaine poëzie en zwijmelde even bij de afdeling met reisgidsen over Australië, want die zou ik onder ons gezegd en gezwegen wel eens kunnen nodig hebben in de nabije toekomst. Aangezien de winkel als cirkelvormig concept was uitgewerkt, had ik de pech langs de jeugdafdeling te moeten passeren en daar flarden op te vangen van een gesprek tussen twee volwassen vrouwen. "Seriously, once you start reading grown-up books, it's a slippery slope. They're so much bigger and the words are more difficult. Grown-up books are not something you want to get into." Waarna ik mij snel distantieerde, mentaal en fysiek - dat soort debiliteit moest maar eens besmettelijk zijn.

In Volcan Lane, een relatief stijle tegelstraat waar zich, geheel terzijde, een van de twee Belgische biercafés van Auckland bevindt, maakte ik oogcontact met een allesbehalve onknap manspersoon. Hij droeg een blauw t-shirt van een organisatie die ik niet kende en zijn aanwezigheid daar en toen had overduidelijk iets te maken met het vertegenwoordigen van de organisatie op het t-shirt.

Als gevolg van hoger vermeld oogcontact sprak hij me aan. Hij was Canadees en pas in het land. Na een lange, aangename minuut bleek dat hij mensen zocht die voor langer dan een half jaar in NZ zouden zijn, ik had afgedaan. Hij wenste me een fabulous day - dat wens je mijns inziens niet eender wie! - en ik vervolgde mijn pad. Ik was zelfs nooit te weten gekomen welke ngo hij vertegenwoordigde, ik herinner mij enkel blauwe ogen blauw t-shirt. Het was pas toen ik de hoek omsloeg naar Queen Street dat de harde, koude realiteit goed en wel tot me doordrong: ik had hem aan mij voorbij laten gaan. De hele weg naar huis bleef dat stemmetje in mijn hoofd gillen keer terug keer terug keer terug en kon ik niets anders denken dat dat ik het meisje wil zijn kon en kan zijn, zal zijn dat niet enkel denkt maar het ook effectief doét, terugkeert en een knappe Canadees vraagt of hij vanavond al plannen heeft. Worst case scenario zegt hij nee, loop ik met mijn staart tussen de benen en rood van schaamte terug naar huis en zie ik hem... nooit meer. Wat is het probleem? 
Beth beweert dat de huidige wereld zo niet meer werkt, dat Facebook alles veranderd heeft. Waar slaat dat nu weer op? Ik zie niet in wat er anders is in vergelijking met vroeger en waarom een gezonde portie durf en impulsiviteit niet zou mogen beloond worden. Een reep chocolade later was ik er weer helemaal over en had ik mijzelf beloofd het volgende keer beter aan te pakken. 

Feit is: wat lijkt op een scène uit een belachelijk goedkope chick flick kan volgens mij wel degelijk in het echt gebeuren ook. Good things happen, niet enkel in films, en ik kan het weten want ten eerste bevind ik mij in fucking Nieuw-Zeeland en dat is elke dag weer fantastisch en ten tweede is het mij al overkomen. Ik ben al wakker geworden en mezelf in de wang moeten knijpen om te bevestigen dat ik niet aan het dromen was en dit alles helemaal aan mezelf te wijten hebben. Wat niet eens zo lang geleden een weekend als een ander had kunnen worden heb ik door actie te ondernemen en een gok te wagen omgetoverd tot een fantastisch avontuur dat evengoed niet had kunnen plaatsvinden. Er is geen lot, er is enkel toeval en het gebruik dat daarvan wordt gemaakt door menselijke belissingen. Het is een kwestie van ervoor gaan, buiklandingen en blauwe plekken incluis. Jezelf en het toeval een duwtje in de rug geven. Vervolgens gebeuren er wonderlijke dingen.

woensdag 13 april 2011

Ik vertrek!

Ik ben er klaar voor. Zuideiland, here I come!
Blog, bij leven en welzijn, tot binnen tien dagen.

zondag 10 april 2011

Thoughts from car park rooftops

Since the janitor deemed it necessary to cut the whole of 14 Whitaker Place of electricity on Sunday afternoon*, I decided to have a stroll around Auckland.
I had a mission, actually, and made my way to an alley at the far end of Queen Street in my quest for the CD of Avalanche City, because that’s where the internet said I had to go buy it. I buy hard copy CDs, I'm that kind of person. Avalanche City, whom I had by the way only first heard of yesterday but instantly fell in love with. I don’t often buy CDs based on half a minute of a single song, so this was a very big deal.
The shop owner asked me if I wanted the latest Avalanche City CD. I smiled and asked if there were others then, knowing there weren’t. I had done my research, and I had done it thoroughly. The feeling of satisfaction when I’m the one teaching music facts to music shop owners! Not that that's a recurring thing.
So my quest proved successful, that made me rather happy. It's good to know that sometimes love at first sight can be a two-way thing. My blue with little white clouds CD and I are happily together and cuddling up in the couch as we speak.

While I am listening to it for the first time** - that magical first listening, you know what I'm talking about - let me tell you about the other magical events that unraveled during my afternoon. I like High Street more than Queen Street, so that's where I was headed next. I sat down on Freyberg Place for a while, unaware of anything in particular, just enjoying the afternoon breeze and minding my own business when suddenly, a girl in a fluorescent jacket hands me a sheet of paper and asks me to read it. In a matter of seconds, I found myself in an everyone move from spot A to B to C to D and read the different texts, please type situation, using my hands to enlarge my ears to listen to the sound of a fountain, because that's what the instructions were and I'm a very obedient person on Sunday afternoons.

A group of thirtysomething people had gathered around the fountain, all of us concentrating on the sound of splashing water, being looked at rather weirdly by people walking by, who obviously had no clue what we were doing or why. I had this in common with them, because I didn't have a clue either. I just went with the flow, you know.

After half an eternity of fountain music, a young man beckoned us and everyone followed, just like that. As it happened, he took us on a car park tour around town. We sauntered from one car park to the next for a whole hour, and were quietly encouraged to focus on the different sounds we perceived. I found it really hard to concentrate at first, blocking out all of the thoughts in my head, but once I got the hang of it, I had to admit that every car park sounded different. In one of them, a broken lamp was ticking time away. The next car park hurt my ears, spitting out irritating and useless beeping noises out of unidentifiable sources. Another one was very quiet, the occasional screeching tires aside.


We took elevators and stairs up and down the different levels and were given some time to ourselves on the car park rooftops. No one said a word, we just enjoyed the view, it was wonderful.




















A man dressed like a hairy tree kept following us everywhere we went. I don't have the slightest idea what the purpose of his presence was. All I know is he must have been very sweaty underneath his costume.

The man dressed like a tree
As unexpectedly as our walk had started, it came to an end outside of the Auckland Art Gallery. The members of our temporary group dissipated and went their own ways. Some of them had a chat with the artists, I decided to honour the silence and went for coffee.

I really enjoyed the experience, a group of people who have never seen each other before, sharing an unexpected hour and shy smiles of mutual confusion and understanding, going their separate ways after that. Sometimes words are obsolete, in this case they would probably even have ruined the momentum. On rooftops, one either screams at night while drinking cheap champagne, or one shuts up and gazes into the distance. There is simply no in between.

I was still reflecting on the passed event on my way back home. The pieces of the puzzle suddenly fell into place when I noticed a poster hanging loosely from a construction site. There is an art project going on in Auckland for the next couple of days. The 'tour guide' was apparently a sound artist who wants people to become more aware of noises they tend to forget about in the rush of their daily lives. He needed our minds to go at three miles an hour, just for once. Three miles an hour in the city, instead of the usual speed of light. See, this is why I love living here.



* For maintainance purposes. That does however not justify the fact that all my (and a lot of other people’s) freezer food has been defrosting. I guess the janitor does not really grasp the importance of electricity in the process of long term food preservation – the janitor is stupid.
** By the time I finished writing this, I've probably listened to it in loop for four of five times. It's very very. Very nice.

zaterdag 9 april 2011

Rangitoto Island en Devonport

De paasvakantie is aangebroken en in aanloop naar de grote trip op woensdag ondernam ik er vandaag een kleinere. Aaaaah, me-time op weekenddagen*, het is weer van dat! Op het programma: Rangitoto Island en Devonport (zie kaart). Waarom ik gedurende Friday Drinks (ook wel: 'current and future international law students weekly get-together') in godsnaam het idee gelanceerd heb om mensen mee te vragen, is mij een raadsel. Er is immers weinig me-time aan als je met meer dan één bent. Los dáárvan leek het mij evenwel een goed idee om mensen mee te vragen. En zo geschiedde.

"So... who's coming to Rangitoto Island with me tomorrow?" Geen reactie, uiteraard. Het is te zeggen: niemand reageerde met een andere dan de gebruikelijke blik, zijnde de ik weet nog niet wat ik ga doen hoor morgen ik denk dat ik ga willen uitslapen want vanavond ga ik uit en dan ga ik morgen moe zijn en ik wil dat eiland op zich wel zien, denk ik, maar ervoor uit mijn bed komen lijkt mij op dit moment illusoir en trouwens ik neem geen beslissingen zo ver op voorhand. en bier, ja bier vind ik ook leuk -blik.** Op één iemand na: de 31-jarige Zweed met bierbuik.

Iedereen kent die situatie: je kan niet meer terug. Bidden dat er nog iemand anders zou meegaan was hopeloos.
"Maar ik ben van plan te gaan shoppen in Devonport! Hard core shoppen!"
"Je gaat daar toch ook lunchen?"
"Euh... I suppose?"
"Ideaal!"
Rangitoto Island dus, met een 31-jarige Zweud in mijn kielzog. Dit bleek achteraf reuze mee te vallen trouwens. Alvorens iedereen beslist mij grof en bevooroordeeld te vinden: ik denk dat het mij moeilijk kwalijk kan worden genomen dat 31-jarige Zweden niet mijn eerste keuze zouden zijn indien ik een random persoon mee kon vragen naar Rangitoto. Eerder 21 tot 23, groot, gespierd, gediplomeerd... U snapt het plaatje.

Vroeg uit de veren vanochtend! De ferry van 9.15am, productief wezen. Ik was echter al veel vroeger wakker. De Maleisiër had er niets beters op gevonden dan de mircogolfoven te gebruiken om zijn ontbijt te bereiden, met alle biepgeluidjes van dien. Het enige in mijn wereld gekende ochtendlijke gebruik van microgolfovens is het opwarmen van melk. Ik weet dat zíjn darmen geen melk verdragen en moest dus wel uit bed komen om uit te zoeken wat hij in godsnaam aan het kokerellen was. Het bleek rijst met tomatensaus. Mijn vraag "Waarom?!" kwam als donderslag bij heldere hemel. "Ik vertrek vandaag op reis - ik heb dit kliekje gevonden in de ijskast. Ik kan het toch moeilijk weggooien?" Och, moet kunnen.

Het eiland dan. Rangitoto is een uitgedoofde vulkaan op een twintigtal minuten varen van Auckland. Op de brochure die we in onze handen kregen gestopt op de ferry stond dat het onbewoond is, geen winkels heeft en we dus best water meenamen, en een zaklamp. Ik heb niet standaard een zaklamp in mijn rugzak zitten. Probleem! Gelukkig had de Zweed een zaklamp, ik heb niet gevraagd waarom maar samenzweerderig geknikt.
Op Rangitoto is er één ding te doen: het uitgestippelde pad naar de krater volgen, en terug. Het hele eiland is bezaaid met lavastenen (nogal wiedes) en bos. De paden zijn bij momenten steil en hoewel ik mezelf niet direct zou bestempelen als een wandelaar, merkte ik dat er na een tijdje toch een glimlach op mijn gezicht verscheen bij het proberen ontwijken van uitstekende takken allerhande, ook al was het bergop. Het weer was zonder meer prachtig vandaag - we hebben veel gezweet, maar het uitzicht was het waard. Een reeks tunnels/grotten uit lava opgetrokken, of zal ik zeggen gevormd, waren ook de moeite! Daar kwam de zaklamp goed van pas, want grotten... durven al eens donker zijn.

Auckland op de achtergrond


In een lavagrot

De krater - bezwaarlijk indrukwekkend te noemen

De top bereikt! Wederom Auckland op de achtergrond

Lavastenen



Men heeft dagelijks drie kansen om naar Rangitoto en terug te varen. Na de ochtendferry schoten er daarvan nog twee over. De brochure waarschuwde ons ervoor te zorgen dat we de laatste ferry niet misten.*** De honger dreef ons evenwel tegen het middaguur terug naar de pier na een vermoeiende maar bijzonder deugddoende wandeling. Een korte trip bracht ons vervolgens naar Devonport, een gezellig havenstadje op de terugweg naar Auckland. Ik heb er slechts één foto van betekenis getrokken. Hij bevestigt mijns inziens niet meer dan het feit dat Devonport een gezellig havenstadje is. Er waren talrijke lekkere restaurantjes en tweedehands boekenwinkels. Ik heb er een Nederlandstalig boek op de kop getikt! Taal is zeg maar echt mijn ding, heet het. Ik wil het graag geloven. De man achter de balie leek bijzonder opgewonden over het feit dat ik uit België kwam. Hij begon honderduit te vertellen over zijn passie voor wielrennen en de reportage over Philippe Gilbert ("Die is Belg hé, ik weet dat hoor!") die hij recentelijk had gezien. Ik was zó blij voor die mens dat ik niet wist wat antwoorden. Mogelijks ook omdat ik niet wakker lig van Philippe Gilbert noch wielrennen.****

Devonport



Rond een uur of vier - mijn pasta met spinaziesaus en parmesaan had ik laten verteren in de schaduw op het strand - vond ik het tijd om de ferry huiswaarts te nemen. Innerlijke rust kwam over mij, het valt amper te beschrijven. Ik was opgetogen over de ervaringen van de dag maar ook bijzonder blij dat de stad weer in zicht was (hoewel ze eigenlijk nooit uit zicht was geweest, zie foto's).
Wanneer de stad weer langzaam groter wordt na een dag op het water, wanneer de ferry de haven binnenvaart terwijl de avondzon de wereld zachtroze doet kleuren en ik haar laatste warmte naar binnen zuig, wanneer tijdens het naar huis wandelen een nieuw liedje vanuit een winkel in Queen Street erin slaagt mijn hart een sprongetje te doen maken. Op zo'n momenten weet ik, ondanks het boerenbloed in mijn aderen, ondanks de ongelooflijk verkwikkende lavawandeling vandaag, dat een metropool mijn ware biotoop is.



* Vorige keer was er me-time op zondag als ik het me goed herinner. Zaterdag voelde zich daar niet helemaal lekker bij dus nu is het me-time op weekenddagen.
** Een gezonde dosis misantropie is mij niet vreemd in bepaalde perioden van de maand.
*** Ik vind dat mensen die er zelf niet opkomen om het uur van de laatste ferry te checken, het verdienen om een nacht onder de blote hemel op een uitgedoofd vulkanisch eiland door te brengen.
**** Waar ik wél van wakker lig, is niet voor publicatie vatbaar.

woensdag 30 maart 2011

Arts Majors

Ursa major: blinkende sterren aan het hemelfirmament, een streling voor het oog. Er naar kijken vergt moeite: je moet 's nachts uit je bed komen en je nek in rare bochten wringen, maar het is het waard.

Arts majors: kunststudenten, rare wezens, bewegen zich voort op het aardoppervlak, doorgaans op een slepende manier. Soms heel erg pijnlijk om zien. Er niet naar kijken vergt moeite: ze zuigen de aandacht naar zich toe op de meest onvoorstelbare manieren. Dit zowel overdag als 's nachts, overal en altijd.

Wie beweert dat ik in stereotiepen spreek, heeft het fout. Ik wóón naast de arts school en mijn flatmate studeert Kunst. Ik heb dus een goede kijk op de zaak en recht van spreken. Ter vergelijking: de UGent heeft geen Faculteit Kunsten en ook geen Faculteit Muziek. De meest zonderlinge figuren bevinden zich hoog en droog op hun Blandijnberg, en zelfs daar valt het al bij al best mee.

Verwachten dat iedereen mooi in de rij loopt, is onzin. Ik ben gewoon elke dag weer verwonderd over hoe bizar sommige mensen zijn of zich alleszins voordoen. Ik heb het over het verschil tussen warm rood haar en een grillig blauw kapsel. Over de nuance tussen een modieuze slobbertrui en een vuilniszak, het weglaten van een beha omdat die niet onder je topje past en het consequent weglaten van elke vorm van ondergoed. Het onderscheid tussen een betekenisvolle tatoeage en permanente bodypaint, de goedgeplaatste neuspiercing en een quasi-metalen oor. Over het verschil tussen de nerdbril en de nerdbril zonder glazen. Over de lijn tussen identiteit en identiteitscrisis.

Wie goed kijkt, ziet dit fenomeen echter niet enkel rond de arts school, want à la limite hebben kunstenaars nog het excuus dat ze kunstenaars zijn. Nee, het is alsof Auckland ergens in de jaren negentig verzeild is geraakt in een toestand van collectieve identiteitscrisis waar het sindsdien nooit meer is uitgeraakt. De vraag is nog maar of daar een verklaring voor bestaat. Ligt Nieuw-Zeeland te ver weg van de rest van de bewoonde wereld? Is het smeltkroesgehalte van deze stad de oorzaak? Zijn er zoveel verschillende soorten mensen en gezichten dat niets echt nog speciaal is tenzij je over the top gaat?

Ik voel me hier bij momenten een verwelkte bloem op afgebladerd behangpapier. Ik zou eens gek kunnen doen en plooien onder de groepsdruk van de hele stad. Dan kwam ik getatoeëerd en van piercings voorzien terug naar België. Maar tussen mij, een aarsgewei en het doorboren van een onconventioneel lichaamsdeel staan wetten in de weg, en praktische bezwaren. En mijn diep doorgedrongen christelijk-conservatieve opvoeding.





Shout-out of the day: CAMPUSSLAKKEN - studenten die geen flauw benul hebben dat ze in mijn weg lopen, zo aan 1 km/uur in het midden het padje. Ik begrijp dat plateauzolen veel wegen en de drager ervan danig vertragen tijdens het stappen. Ik kan mij, als ik heel hard probeer, zelfs inleven in het feit dat sommige mensen gráág slenteren. Mijn dagschema is echter opgebouwd rond de premisse dat ik mijn verplaatsingen van punt A naar punt B op de meest efficiënte en snelle manier kan volbrengen. Ik trek voor die verplaatsingen dan ook consequent nooit meer tijd uit dan het absoluut vereiste minimum en kan dus elk oponthoud missen als kiespijn. Misschien kunnen we een stapstrook voor de trageren van pas invoeren, opdat de mensen die vooruit willen in het leven die kans niet wordt ontzegd. Campusslakken, knoop het in jullie oren en voeten: traagheid is een hoofdzonde (christelijk-conservatieve opvoeding - hell yeah).

dinsdag 22 maart 2011

How you doin'

Dagelijks naar de les wandelende en mensen tegenkomende die ik al dan niet vaag ken, viel me op dat inwoners van Angelsaksische landen ter begroeting doorgaans geen hi of hey of hello gebruiken. In plaats daarvan zeggen ze how are you. En ik weet nooit wat antwoorden.

Dat Joey het niet retorisch bedoelt, moge duidelijk zijn. Iemand vertelde me vanochtend echter nog dat mannen aan veel meer denken dan alleen seks! Foei foei, al die vooroordelen in mijn hoofd. Laten we er dan maar vanuit gaan dat het in casu gewoon vriendelijk bedoeld is. Lost mijn probleem nog steeds niet op: wat moet ik daarop antwoorden?

Het voorbijwandelen ener persoon duurt welgeteld twee tellen. Word ik verondersteld in die twee tellen een beknopt overzicht te geven van mijn gevoelens met betrekking tot het verloop van mijn dag? Indien ja, waarom dan maakt de vraagsteller geen aanstalten om halt te houden en mijn antwoord te aanhoren? Hij stelt de vraag en wandelt gewoon verder. Hoe dan ook: ik heb meer dan twee tellen nodig om een beknopte emotionele status te bedenken, laat staan dat ik hem ook nog binnen de tijdslimiet moet uitspreken.

Dit brengt mij ertoe te concluderen dat de vraag in kwestie retorisch bedoeld is. Retorische vragen verwarren mij. Bovendien leidt de wetenschap dat de vraag retorisch is nog steeds niet tot een oplossing voor mijn probleem. Indien ik de vraag interpreteer zoals ze wordt bedoeld en hi of hey of hello antwoord - het betreft hier per slot van rekening een begroeting - lijkt mijn antwoord zo naast de kwestie! Men wordt immers helemaal niet geacht op een vraag te antwoorden met een begroeting. De taalpurist in mij ligt daarvan wakker, van zo'n dingen.

Ik heb er al aan gedacht de vraag terug te kaatsen. Op how are you doing zou ik dan no no, how are you doing kunnen antwoorden. Dat lost míjn probleem misschien op, maar creëert er een bij de tegenpartij. En daar ben ik veel te menslievend voor. Voor hetzelfde geld is de tegenpartij ook een taalpurist en bezorg ik hem nachtmerries. But then again: een taalpurist zou nooit begroeten met een vraag, dus mogelijks zijn nachtmerries voor die persoon niet meer dan een verdiende straf.

Ik zit dus met een probleem en heb zelfs geen begin van oplossing. Meestal knik ik, en kijk hoofdschuddend weg bij zoveel communicatieve verloedering. Vanochtend kon ik niet beter bedenken dan een droge yeaaah als repliek, nog voor de tegenpartij de verdoemde vraag had afgevuurd. Dit leek niet de verwachte respons te zijn en tegenpartij keek me raar aan. Het schaamrood op mijn wangen was tien minuten later nog steeds niet weggetrokken.

Misschien moeten we daar eens regels over vastleggen, opdat ik weer beter kan slapen.



Ook nog het volgende

- Ik wéét dat ik nog niets gepost heb over ons verlengd weekendje in het noorden van Nieuw-Zeeland., nu toch al twee weken geleden. Ik ben ongelooflijk druk bezig met een paper schrijven, en ik heb toets volgende week. Ik vind dat excuus genoeg! Ik overweeg om gewoon foto's te posten, die spreken voor zich.

- De ene Maleisische flatmate kon zijn oren niet geloven toen ik hem vertelde dat er niet zoiets bestond als 'de Belgische taal'. Wat wij dan wel spreken? Vlaams? Frans? Nog nooit van gehoord. Zelfde flatmate kon het niet laten zijn ongenoegen uit te drukken over het feit dat Westers eten allemaal hetzelfde smaakt. Elaba, vriend, ik ben niet degene die elke maaltijd voorziet van een aantal scheppen bruine glibberige bouillon uit steeds weer hetzelfde potje!

- De andere Maleisische flatmate is nog steeds ziekelijk mensenschuw. Kijkt pertinent naar het plafond wanneer hij door het appartement loopt. Want zolang hij ons niet kan zien, kunnen wij hem ook niet zien! Voor struisvogels werkt dat misschien, ja. Soms wil ik hem slaan.



En ook nog dit

tea time: scones en thee

wilde rijst met paprika - zalm in eigen sap met citroen en thijm (want ik vond geen dille in de winkel)

banana muffins

Krijg nu maar allemaal honger.

zondag 6 maart 2011

Waiheke Island

Waiheke Island is een eiland op een dik half uur varen van Auckland, ideaal dus om op een weekenddag te bezoeken. Het staat bekend om zijn talrijke wijngaarden en schier eindeloze natuur.

Het plan was oorspronkelijk om mensen van de flats te gaan. Om elf uur 's morgens leken de meesten onder hen nog ver weg in dromenland. Plichtsbewuste toerist als ik ben wou ik de dag niet laten verloren gaan en trok er dan maar alleen op uit. Me-time op zondag, een gemiddelde Flair-lezeres zou zich daar zeker in kunnen vinden. En hoewel ik de Flair niet lees, heb ik het mij niet beklaagd.

Het eiland maakte alle beloftes waar. Ik heb een mountainbike gehuurd en het hele eiland rondgefietst. Uiteraard bevonden de mooiste uitzichten zich het verst, maar met anderhalve liter water en druiven zonder pitjes geraakt een mens een heel eind. De heuvels waren het lastigste. Zelfs op de kleinste versnelling was het bij momenten hard trappen. Elke keer dat ik meende de top bereikt te hebben, bleek er nog een hogere top te zijn. De Tour de France had er niet aan. Alpen, waarachtig. De afdalingen maakten het daarentegen allemaal goed! Gelukkig zijn valhelmen in Nieuw-Zeeland verplicht. Ik reken desalniettemin op de nodige stijfheid morgenvroeg.

Wijndegustaties zijn een aan te raden bezigheid op Waiheke Island, zowel volgens mijn reisgids als volgens de niet te missen reclameborden verspreid langs de straatkant op het eiland. Ik heb me vandaag tot rondfietsen en sightseeing beperkt, ik heb het gevoel dat ik helemaal niet genoeg van wijn weet om er met verstand van te kunnen proeven. Vicieuze cirkel, natuurlijk. Misschien waag ik er mij de volgende keer aan, want ik denk wel dat ik nog eens terug zal gaan naar het eiland. Ik ben wél in een wijndomein gestopt, om pauze te houden in de schaduw. En wat heb ik daar gedronken? Juist ja... geen wijn maar sangria. Edoch lekkerder dan eender welke sangria ik ooit al had geproefd.

Tijdens mijn fietstocht ben ik door een dorpje gefietst dat Ostend heet. Er viel niets bijzonders te zien, maar ik vond de naam vermeldenswaardig en het gaf mij een warm gevoel vanbinnen te ervaren dat er België buiten België is. Ik meen dat ik een aantal mensen raar zien kijken heb toen ik even halt hield om een foto te nemen van de straatnaamborden in kwestie. Die snappen er uiteraard niets van.

In Auckland was het aan het miezeren bij mijn vertrek uit de haven, dat doet het hier wel vaker. Gevolg is dat ik mijn zonnecrème thuis heb laten liggen en mijn gezicht nu rood ziet. De zon scheen fel op het eiland, ik voelde bij elke nieuwe baai de behoefte om in het water te duiken. Moest iemand ooit op het idee komen een sport met fietsen én zwemmen uit te vinden, Waiheke Island ware the place to be.

Laat ik afronden met een aantal sfeerbeelden. Toen ik er nog niet uitzag als een kreeft op een mensenlichaam.

Auckland vanop de ferry








wijngaarden









Mijn mond is meer dan eens opengevallen bij hoeveel schoon deze wereld te bieden heeft. Ik kijk al uit naar volgend weekend, wanneer de volgende uitstap plaatsvindt. Rondfietsen met de wind in de haren vandaag heeft mij ongelooflijk veel deugd gedaan. Ik kan er weer tegen voor een week. Me-time op zondag, wát een concept!

donderdag 17 februari 2011

Wat de reisgids niet vertelt

Ik slaag er maar niet de -ongetwijfeld goedbedoelde- woorden van mijn ouders te vergeten, die vóór mijn vertrek ruimschoots de nadruk gelegd hebben op het feit dat ik hier ben om te studeren. In theorie is dat gemakkelijker dan in de praktijk. Studeren is immers niet echt studeren als je er zonnecrème voor nodig hebt. En laat dat net zijn wat ik mij vandaag uit pure noodzaak heb moeten aanschaffen, evenals een stel hotpants. Warm! Daarbij, school begint pas volgende week.

Ik voel mij volop toerist, camera bij de hand en om de zoveel straten op mijn plannetje gluren. De Nieuw-Zeelanders behandelen mij dan ook als dusdanig, vragen supervriendelijk of ik hulp nodig heb en spreken trager wanneer ik mijn verwarde blik opzet. Mijn Engels is niet slecht - zij spreken gewoon... raar. Ik moet trouwens dringend een woordje Maori leren, dat zal mijn inburgering ten goede komen. Kia ora is Maori voor hallo én dank u, daarmee kom ik dus al een heel eind.

Mooie plekjes ben ik ondertussen al tegengekomen, maar ik wil het vooral hebben over de minder evidente dingen die voetganger zijn in Auckland met zich meebrengt. Die vergeten reisgidsauteurs namelijk pertinent op te nemen in hun reisgidsen.
Mooi plekje: Western Park
De knoppen op voetgangersverkeerslichten zijn reusachtig. Ideaal eigenlijk, je kan er eens goed op doormeppen. De lichten springen er niet sneller mee op groen, integendeel. De wegen zijn breed en de auto koning. Fietspaden zijn er amper. Ik beschouw mezelf niet als in slechte conditie, maar halverwege mijn oversteek springen de lichten steeds weer op rood. Ik bedoel maar: als je moet rennen voor je leven, wil je dat toch liefst op voorhand weten?

Ook over de bergen reppen reisgidsen naar mijn mening met veel te weinig woorden. Sommigen noemen dit waarschijnlijk heuvels. Dat is een leugen want het zijn bergen. En wie dat niet gelooft moet maar zijn fiets opspringen en het ondervinden. Volgens mij is daar geen beginnen aan, tenzij je enkel bergaf moet en ik vrees dat dat liedje meestal niet blijft duren. Ik neem de beenwagen en mijn glutei maximi en medii zijn al twee dagen ononderbroken stijf. Als het zo voortgaat, krijg ik nog een negerinnenkont, al is dat in deze multiculturele stad niet bepaald een issue. Mijn kleerkast daarentegen heeft al een bezwaarschrift ingediend.

Als dit geen berg is, weet ik het ook niet meer

Schoolkinderen in uniform met overontwikkelde glutei

Vanavond sla ik aan het sporten! Mijn gratis lidmaatschap in de sportclub is geactiveerd en ik ga straks eens goed uitzweten tijdens de spinning class. En werken aan mijn conditie, dat kan nog van pas komen met betrekking tot die verkeerslichthistorie.

Shout-out of the day: RIHANNA, want het is weinigen gegeven een ganse dag in mijn hoofd te zitten.  Of het moest een vriendje zijn, maar dat moet ik hier nog zoeken.