Posts tonen met het label tripjes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tripjes. Alle posts tonen

maandag 9 mei 2011

Onkruid komma, en het wieden ervan

Namaste. Hoe heet ook alweer het gebruiksvoorwerp* dat Neanderthalers gebruiken om hun weg te banen door een brousse vol bodemgewassen en lianen en apen en een occasionele slang? Een sikkel? Een machete? Alleszins, minstens één van die dingen (mogelijks twee, één in elk hand, booya!) heb ik nodig om mij een weg te banen door mijn met onkruid overgroeide blog. Het is al een tijdje geleden dat ik hier nog ben geweest. Ik heb amper excuses.
De onkruidbegroeiing is evenwel niet geheel mijn fout. Warm en vochtig, om niet te zeggen ongelooflijk doemp, dat is wat onkruid het liefste heeft en o ja, Nieuw-Zeeland biedt net dat. In de lucht hier bijna permanent een mix van lage wolken en motregen. Soms hevige regen. Variaties op het thema regen en nat, quoi. Dat, beste lezers, is mijn leven. Soms zie ik de Sky Tower niet staan wanneer ik door de stad wandel, het is nochtans een hoge toren en hij verspreidt in nachtelijke uren een warme gele gloed dankzij warmgele lichtinstallaties. U denkt mogelijks dat ik overdrijf en dat er toch minstens een schim zichtbaar moet zijn, doch dat is niet zo, soms is de Sky Tower gewoon wég.

Dus voilà, ik kom nog eens op bezoek. Enerzijds om onkruid te wieden, zoals het een eerbiedwaardige burger behoort, anderzijds om mijn Nederlands te oefenen.** De echte reden is echter het feit dat de examens naderen en dat bloggen slechts een van de talloze manieren is om te procrastineren. Laat ik er een aantal andere opsommen: slapen, koffie zetten, koffie drinken, Facebook, film kijken in de zetel met mijn huisgenoten (als we samen procrastineren voelen we ons minder alleen), muffins bakken, dromen over reizen, die reizen ook effectief boeken, dromen over later wanneer ik groot ben en niet meer moet studeren maar wereldreiziger ben en daar liefst ook nog word voor betaald. Het leven is mooi in mijn dromen. Ik vrees dat ik mij na deze aanval van gratuite eerlijkheid aan bezorgde familiale, meer bepaald parentale*** emails mag verwachten. Dat ik hier ben om te studeren, dat ik dat niet mag vergeten. Dat ik in de gaten word gehouden. Ok, dat is gelogen, ik word niet in de gaten gehouden. Mijn mama heeft recentelijk wel mijn Facebook gezien. Ouders worden niet verondersteld mijn Facebook te zien, voor hun eigen goed. Los daarvan: mama, gelukkige moederdag!

En dan zal ik nu verderwerken aan een reuzedocument vol internationale mensenrechten, een document dat bijzonder veelbelovend is maar potverdorie dringend aan inhoud en volume moet winnen. Ik zal dit alles laten vergezeld gaan van luide Paramore-muziek en sloten koffie. Moest koffie vast zijn in plaats van vloeibaar, ik kon een stok bouwen en er koffie aan hangen en mijzelf in rondjes doen lopen rond een brubbelende ketel mensenrechten. Maar tussen droom en daad... - yeah right, want rond een ketel lopen met een koffiewortel voor mijn neus is echt wel mijn ambitie. Wat zijn mijn ambities? Welk nut heeft het creëren van een mensenrechtendocument in deze wereld? Filosoferen = procrastineren. Focus, Domi, focus.****





Keep your feet on the ground... when your head's in the clouds... (Muziekanalfabeten, dit is Paramore. Paramore is een band met puberaal-emotionele problemen en een zangeres met oranje haar.)

Aantal uur slaap vannacht: 7 - te weinig.
Tassen koffie vandaag: 2 and counting.
Aantal onderdrukte neigingen om hoofd tegen random muur te boenken: 0 - mogelijks maakt vooruitzicht naar yoga mij nu al rustig, in welk geval: dank u, yoga.
Shout-out of the day: geen - concept opgegeven wegens niet echt interessant.


* Ziehier de vertaling van het woord device die mij het minst irriteerde. We (mijn taalgevoel en ik) zijn blijkbaar op het punt aanbeland waar ik een woordenboek gebruik om woorden van het Engels naar het Nederlands te vertalen.
** Ik ben aan het sukkelen. U merkt het niet, maar neem van mij aan: ik ben aan het sukkelen. Korte zinnen zijn niet altijd een stijlfiguur, soms zijn ze een teken van acute taalverarming.
*** In het Nederlands geeft dat 'ouderlijke' vermoed ik?
**** Deze techniek werkt beter wanneer ik mezelf aanspreek met mijn achternaam, maar hey, dit is het internet, en op het internet zijn er gevaarlijke mannen in lange jassen die mijn achternaam net iets te graag willen weten. Dat was onlangs nog op het nieuws.

donderdag 28 april 2011

Dingen die aan dingen vasthangen


Ik ben bang van bussen. Ik heb hierover nagedacht en besloten dat mijn angst volstrekt rationeel is. Ik zie u al lachen, dat doen de meeste mensen wanneer ik deze stelling poneer. Het is niet mijn probleem dat onwetenheid over de ware toedracht van deze lompe meervoudvantweewielers een lach op uw gezicht tovert. Zot zijn doet geen zeer, gelukkig. Geniet ervan zolang het nog duurt, van die lach op uw gezicht, want ik ga hem eraf redeneren, en wel nu.

De hoofdreden van mijn fobie voor bussen is het feit dat ze nergens aan vasthangen. Ze kunnen in principe van overal komen en overal heengaan. Mij maak je niet wijs dat bussen vaste routes hebben. Een bus kan wegenwerken tegenkomen, files, omgevallen betonmolens, loslopend vee en bomma’s met een looprek in het midden van de weg (men weet nooit met die bejaarden van tegenwoordig). Een bus voelt geen enkele verplichting om langs de busstop te passeren – misschien voelt de buschauffeur wel een verplichting van hogerop, maar buschauffeurs gaan in staking op de wildste momenten (ik zal er maar vanuit gaan dat dat niet iets typisch Belgisch is) dus echt betrouwbaarder maakt dat de bus er niet op. Neem van mij aan: bussen gaan alle kanten op.
O ja, ik hou van vervoer dat ergens aan vasthangt. Trolleybussen check, hangen vast aan het plafond van de straat. Staan evenwel onderaan het lijstje, want in trolleybus zit het woord bus en van bussen ben ik doodsbang. Trams en treinen vind ik het leukst, die hangen onderaan én bovenaan vast – dubbele beveiliging: zelfs als ze te laat zijn, ze moeten sowieso via mijn stop passeren. Eender waar ik de tram of trein opwacht, het ding moet en zal passeren. Aaah, zekerheden.
Een onmiddellijk gevolg van het niet vasthangen van bussen aan dingen is het feit dat ze vaak hun kat sturen, alsook het feit dat ik flip als ze te laat afkomen (een probleem dat ik niet heb wanneer het om treinen gaat, zie hierboven). Ik heb geen idee of ik tijdens het wachten op een bus ook effectief op een bus aan het wachten ben. Voor hetzelfde geld is er nooit een bus geweest en zal er nooit een zijn – op busschema’s kunnen ze schrijven wat ze willen, nietwaar – en een bus die te laat is heeft geen mogelijkheid om mij te melden dat hij alsnog op komst is, tenzij er aan de halte van die fonky schermpjes zouden zijn, maar dat is veelal niet het geval. En dan nog.
Dat ze veel te warm zijn, over standaard oncomfortabele zitjes beschikken en stinken, sterkt enkel mijn geloof en vetrouwen in vasthangend vervoer, maar doet hier niet direct ter zake. En nog iets: waarom hebben bussen nummers in plaats van bestemmingen in woordvorm? Wie heeft er ooit besloten dat ‘bus 8#9*/§25:7’ duidelijker klonk dan ‘bus naar Gent’? Zo moeilijk kan dat toch echt niet zijn, om dat overzichtelijk en logisch uit te werken.

Dit alles maakt het des te opmerkelijker dat ik afgelopen paasvakantie tien dagen met de bus heb rondgereisd. Ik zit in het nu en hier aan mijn computer, dus dat ik overal geraakt ben waar ik moest geraken is een feit. Maar het heeft mij vele slapeloze nachten bezorgd en ongetwijfeld een aantal jaren van mijn leven gekost en rimpels opgeleverd en crisissen waaraan Bart De Wever nog een puntje zou kunnen zuigen.

Ik ben bang van bussen en ik schaam mij daar niet voor. Er is geen reden om erover te proberen raken want mijn angst is volkomen rationeel, dat heeft bovenstaande afdoende aangetoond, me dunkt. Ik kén de ware toedracht van het busvervoer en ik kan die kennis nooit ongedaan maken, zelfs niet als ik het echt echt zou willen. Ik neem vervoer dat ergens aan vasthangt, en u zou dat beter ook doen.



Voor zij die, net als ik, houden van dingen die vasthangen aan dingen: we zijn niet alleen.

woensdag 13 april 2011

Ik vertrek!

Ik ben er klaar voor. Zuideiland, here I come!
Blog, bij leven en welzijn, tot binnen tien dagen.

zaterdag 9 april 2011

Rangitoto Island en Devonport

De paasvakantie is aangebroken en in aanloop naar de grote trip op woensdag ondernam ik er vandaag een kleinere. Aaaaah, me-time op weekenddagen*, het is weer van dat! Op het programma: Rangitoto Island en Devonport (zie kaart). Waarom ik gedurende Friday Drinks (ook wel: 'current and future international law students weekly get-together') in godsnaam het idee gelanceerd heb om mensen mee te vragen, is mij een raadsel. Er is immers weinig me-time aan als je met meer dan één bent. Los dáárvan leek het mij evenwel een goed idee om mensen mee te vragen. En zo geschiedde.

"So... who's coming to Rangitoto Island with me tomorrow?" Geen reactie, uiteraard. Het is te zeggen: niemand reageerde met een andere dan de gebruikelijke blik, zijnde de ik weet nog niet wat ik ga doen hoor morgen ik denk dat ik ga willen uitslapen want vanavond ga ik uit en dan ga ik morgen moe zijn en ik wil dat eiland op zich wel zien, denk ik, maar ervoor uit mijn bed komen lijkt mij op dit moment illusoir en trouwens ik neem geen beslissingen zo ver op voorhand. en bier, ja bier vind ik ook leuk -blik.** Op één iemand na: de 31-jarige Zweed met bierbuik.

Iedereen kent die situatie: je kan niet meer terug. Bidden dat er nog iemand anders zou meegaan was hopeloos.
"Maar ik ben van plan te gaan shoppen in Devonport! Hard core shoppen!"
"Je gaat daar toch ook lunchen?"
"Euh... I suppose?"
"Ideaal!"
Rangitoto Island dus, met een 31-jarige Zweud in mijn kielzog. Dit bleek achteraf reuze mee te vallen trouwens. Alvorens iedereen beslist mij grof en bevooroordeeld te vinden: ik denk dat het mij moeilijk kwalijk kan worden genomen dat 31-jarige Zweden niet mijn eerste keuze zouden zijn indien ik een random persoon mee kon vragen naar Rangitoto. Eerder 21 tot 23, groot, gespierd, gediplomeerd... U snapt het plaatje.

Vroeg uit de veren vanochtend! De ferry van 9.15am, productief wezen. Ik was echter al veel vroeger wakker. De Maleisiër had er niets beters op gevonden dan de mircogolfoven te gebruiken om zijn ontbijt te bereiden, met alle biepgeluidjes van dien. Het enige in mijn wereld gekende ochtendlijke gebruik van microgolfovens is het opwarmen van melk. Ik weet dat zíjn darmen geen melk verdragen en moest dus wel uit bed komen om uit te zoeken wat hij in godsnaam aan het kokerellen was. Het bleek rijst met tomatensaus. Mijn vraag "Waarom?!" kwam als donderslag bij heldere hemel. "Ik vertrek vandaag op reis - ik heb dit kliekje gevonden in de ijskast. Ik kan het toch moeilijk weggooien?" Och, moet kunnen.

Het eiland dan. Rangitoto is een uitgedoofde vulkaan op een twintigtal minuten varen van Auckland. Op de brochure die we in onze handen kregen gestopt op de ferry stond dat het onbewoond is, geen winkels heeft en we dus best water meenamen, en een zaklamp. Ik heb niet standaard een zaklamp in mijn rugzak zitten. Probleem! Gelukkig had de Zweed een zaklamp, ik heb niet gevraagd waarom maar samenzweerderig geknikt.
Op Rangitoto is er één ding te doen: het uitgestippelde pad naar de krater volgen, en terug. Het hele eiland is bezaaid met lavastenen (nogal wiedes) en bos. De paden zijn bij momenten steil en hoewel ik mezelf niet direct zou bestempelen als een wandelaar, merkte ik dat er na een tijdje toch een glimlach op mijn gezicht verscheen bij het proberen ontwijken van uitstekende takken allerhande, ook al was het bergop. Het weer was zonder meer prachtig vandaag - we hebben veel gezweet, maar het uitzicht was het waard. Een reeks tunnels/grotten uit lava opgetrokken, of zal ik zeggen gevormd, waren ook de moeite! Daar kwam de zaklamp goed van pas, want grotten... durven al eens donker zijn.

Auckland op de achtergrond


In een lavagrot

De krater - bezwaarlijk indrukwekkend te noemen

De top bereikt! Wederom Auckland op de achtergrond

Lavastenen



Men heeft dagelijks drie kansen om naar Rangitoto en terug te varen. Na de ochtendferry schoten er daarvan nog twee over. De brochure waarschuwde ons ervoor te zorgen dat we de laatste ferry niet misten.*** De honger dreef ons evenwel tegen het middaguur terug naar de pier na een vermoeiende maar bijzonder deugddoende wandeling. Een korte trip bracht ons vervolgens naar Devonport, een gezellig havenstadje op de terugweg naar Auckland. Ik heb er slechts één foto van betekenis getrokken. Hij bevestigt mijns inziens niet meer dan het feit dat Devonport een gezellig havenstadje is. Er waren talrijke lekkere restaurantjes en tweedehands boekenwinkels. Ik heb er een Nederlandstalig boek op de kop getikt! Taal is zeg maar echt mijn ding, heet het. Ik wil het graag geloven. De man achter de balie leek bijzonder opgewonden over het feit dat ik uit België kwam. Hij begon honderduit te vertellen over zijn passie voor wielrennen en de reportage over Philippe Gilbert ("Die is Belg hé, ik weet dat hoor!") die hij recentelijk had gezien. Ik was zó blij voor die mens dat ik niet wist wat antwoorden. Mogelijks ook omdat ik niet wakker lig van Philippe Gilbert noch wielrennen.****

Devonport



Rond een uur of vier - mijn pasta met spinaziesaus en parmesaan had ik laten verteren in de schaduw op het strand - vond ik het tijd om de ferry huiswaarts te nemen. Innerlijke rust kwam over mij, het valt amper te beschrijven. Ik was opgetogen over de ervaringen van de dag maar ook bijzonder blij dat de stad weer in zicht was (hoewel ze eigenlijk nooit uit zicht was geweest, zie foto's).
Wanneer de stad weer langzaam groter wordt na een dag op het water, wanneer de ferry de haven binnenvaart terwijl de avondzon de wereld zachtroze doet kleuren en ik haar laatste warmte naar binnen zuig, wanneer tijdens het naar huis wandelen een nieuw liedje vanuit een winkel in Queen Street erin slaagt mijn hart een sprongetje te doen maken. Op zo'n momenten weet ik, ondanks het boerenbloed in mijn aderen, ondanks de ongelooflijk verkwikkende lavawandeling vandaag, dat een metropool mijn ware biotoop is.



* Vorige keer was er me-time op zondag als ik het me goed herinner. Zaterdag voelde zich daar niet helemaal lekker bij dus nu is het me-time op weekenddagen.
** Een gezonde dosis misantropie is mij niet vreemd in bepaalde perioden van de maand.
*** Ik vind dat mensen die er zelf niet opkomen om het uur van de laatste ferry te checken, het verdienen om een nacht onder de blote hemel op een uitgedoofd vulkanisch eiland door te brengen.
**** Waar ik wél van wakker lig, is niet voor publicatie vatbaar.

maandag 4 april 2011

politiekecrisissaai

Soms wordt een onderwerp zodanig platgeredeneerd dat het binnen de korste keren saai wordt, hoewel inherent interessant. De Belgische politieke crisis was het eerste voorbeeld dat in mij opkwam. Ik heb dan ook besloten het zonet uitgelegde concept politiekecrisissaai te dopen totdat ik met een betere term op de proppen kan komen. Die politieke crisis bezorgt mij allang jeuk. Ik heb een bewuste stem uitgebracht in JUNI vorig jaar godbetert, ik heb de onderhandelingen van nabij gevolgd en nu kan het mij echt geen zak meer schelen. Dat is een ontnuchterende en teleurstellende vaststelling. Op de duur zou ik haast willen dat België splitst, gewoon opdat er IETS zou gebeuren, Frietrevoluties allerhande even buiten beschouwing gelaten. Iedereen weet dat die enkel om gratis frieten draaien. Jezus Christus stilstand, het is om gek van te worden. En toch blijf ik er op een onderbewust niveau mee bezig. Spreek mij aan over ons land en ik zal zonder enige twijfel geïrriteerd raken. Dat is het mooiste bewijs dat het daar wel degelijk sluimert, op de vuilnisbelt achteraan mijn hoofd. Ik ben zo betrokken bij de wereld!

Bij nader inzien is het niet zo moeilijk om synoniemen voor politiekecrisissaai te verzinnen: Japansekernreactorensaai*, gaanwenuwelofnietindathuiswonenvolgendjaarsaai** en wiedoetwattijdensdepaasvakantiesaai***.

Verhalen worden uitgesmeerd tot ze van elke betekenis ontdaan zijn. De media bezondigen zich er veruit het meest aan, maar ik heb durven merken dat mensen het ook doen zonder invloed van de media. Persoonlijke crisissen worden in het lang en in het breed uitgesponnen, telkens weer opnieuw, terwijl je op voorhand weet dat de conclusie niet anders zal zijn dan de vorige klaagzang. Wie onschuldig is, werpe de eerste steen - ik maak mij daar evengoed schuldig aan, maar ik wéét het van mezelf en ik werk op constante basis aan mijn zelfverbetering. Probeer althans.

Ik weet niet waarom ik mij zo erger aan het uitsmeren van verhalen. Ik mag hopen dat het komt omdat mijn brein nood heeft aan veel stimuli om zichzelf bezig te houden.**** Zo heel soms vraag ik mij af hoe het zou zijn om een IQ lager dan 100 te hebben. Een leven vrij van gedachten! Jaja.

Dit alles in mijn hoofd tijdens de meditatiesessie in Monday night yoga. Er was niet al te veel relaxatie bij, mijn voeten en handen bleven maar bewegen en mijn Derde Oog speurde naar verlossing in plaats van tot rust te komen. Ik ga nog wat ademhalingsoefeningen doen.





* Eerlijk, ze hebben de nucleaire crisis in de twee weken na de aardbeving zodanig uitgemolken dat het echt niet meer boeit nu. Dat zou niet mogen, want het is belangrijk op de hoogte te blijven van de evolutie ginder, nu misschien zelfs meer dan helemaal in het begin. Het is niet omdat de verslaggeving over het onderwerp vermindert, dat het probleem verdwijnt. Ik denk dat we een vals gevoel van veiligheid krijgen, en de Japanners zouden van de relatieve radiostilte gebruik kunnen maken om nieuwe ontploffingen af te doen als ongevaarlijk. Tsjernobyl all over again, ook al was ik toen nog niet geboren.
** Fuck it - ik wíl zelfs niet meer in dat huis wonen.
*** Ik heb actie ondernomen en een tripje naar het Zuideiland geregeld. Dolletjes!
**** Een andere theorie is dat het internet mijn hersenen heeft aangetast en mijn concentratievermogen langzaam doet afnemen. Ik wil enkel nog maar klikken klikken klikken, baan mij met rooddoorlopen ogen een weg van link naar link via link, scan alles oppervlakkig en lees niets echt meer grondig. Dit proces herhaalt zich totdat ik slechts nog een goudvis in een mensenlichaam ben, rondzwemmend in de bokaal mijner schedel en elke 30 seconden weer verwonderd over de nieuwe omgeving. Oooh, kijk, hier was ik nog niet gepasseerd!

maandag 7 maart 2011

Golven

Een golf runner's high...
Naar goede maandagse gewoonte trok ik eerder deze avond vol enthousiasme naar de gym. Door omstandigheden kon ik niet naar de yogales - een mens moet keuzes maken, ik verfoei dat concept. De maandagsessie missen is niet dramatisch want enkel de vrijdagse yogales is heilig. Die wordt namelijk gegeven door een dame met - voor zover ik er iets kan uit opmaken - Australisch accent wiens zinnen ik maar niet ontcijferd krijg. Het punt is: ze geeft les met een sereniteit die niet van deze wereld is en dat is wat ik nodig heb. Het draait tenslotte niet om de klank maar om het na-apen van bewegingen (en ik ben een aap, lees vooral verder). Yoga, nu ook voor doofstommen.

Aangezien mijn knieën het nog steeds niet begeven hebben (waarvoor dank, o dierbare knieën) en ik lopen weer leuk begin te vinden, stond niets echter een halfuurtje loopbandzwoegen in de weg. Of toch wel: ze (de loopbanden, niet de knieën) bleken allemaal bezet. Drie ziljoen zwetende mensen op een rij en niet één plaatsje voor mij. Ik voelde mij als Jezus in een herberg. Niet ín een herberg, die zat immers vol. Voor de deur van de herberg. Zucht.
Bij gebrek aan beter - want gewichtjes gaan heffen, laat maar - en met héél veel wantrouwen zag ik mij dan maar genoodzaakt mee te heulen met een meute vrouwen die tevergeefs sport om kilo's te verliezen in plaats van voor het plezier.* Cardio funk (de naam zegt toch al genoeg zeker?) kwam neer op pseudo-enthousiast op- en neerspringen op veel te luide muziek, aangedreven door een halfnaakte instructrice die zélf aangedreven werd door RedBull, dat kon haast niet anders. Rondspringen kan ik in mijn kamer ook, dank u. Eens die zaal ontvlucht viel mijn lodderig oog op een vrije loopband - verstand op nul, veel beter.

een golf spierpijn...
Dat mountainbiken van gisteren zit nog in mijn benen. En met al die bergen hier is uitrusten niet bepaald een optie. Echte coureurs hebben een masseur, ik heb enkel boterhammen met choco, eindeloos veel doorzettingsvermogen (yeah right) en gigantische glutei.

een golf enthousiasme...
Ik was blij vandaag, de reden is tweevoudig.
1. In de schaduw van de namiddagzon op onze binnenkoer heb ik mij nuttig beziggehouden met het doornemen van teksten over de niet-bestaande grondwet van Nieuw-Zeeland, kwestie van daarover in de komende dagen een paper te redigeren. Grondwetten maken mij gelukkig, zelfs als ze ongeschreven zijn. Dat is sterker dan mijzelf.
2. Nog vier keer slapen en we vertrekken op reuzetrip! De briefing is ondertussen achter de rug, het wordt de max, dude.

en ergens misschien een eerste golfje heimwee (niet echt een golfje, eerder het witte schuim óp het golfje, maar dan nog wil ik dat niet gezegd hebben. Noteer: ik heb dat niet gezegd. Heimwee? Mijn naam is aap - told ya.)
In de zweterige halfslaap die mij nu al een paar nachten overvalt in de vroege uurtjes van de dag, durf ik al eens denken aan hoe het iedereen in België zoal vergaat. Ik mis alles en niets in het bijzonder. En voor ik ook maar de geringste vorm van meligheid benader, zal ik hier**




Shout-out of the day: SYLVIA, kinesiste van mijn hart, red mij!


* Beth en ik maakten ons, na het middagmaal achteroverleunend op twee stoelpoten, nog de bedenking dat we van eten ongemeen gelukkig werden. Ongetwijfeld nuttig vanuit evolutionair persperctief, maar eveneens de reden waarom mensen in de eenentwintigste eeuw olifantachtige proporties aannemen. Sporten stelt mij in staat om méér te eten en daar ben ik niet rouwig om. Maar in de allereerste plaats doe ik het omdat ik anders geen blijf weet met mijn ledematen en dat durft ferm ongemakkelijk worden. Niet gezeverd.

** stoppen met mezelf de dieperik in te schrijven.