Posts tonen met het label lessen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lessen. Alle posts tonen

maandag 30 mei 2011

Automatische piloot

Maandagochtend = wekker snooze snooze snooze uit bed klauteren. Ontbijt-tv opzetten, niet kunnen lachen met de stomme mopjes die ze daar maken, ontbijt-tv terug uitzetten. Cornflakes.
Voor de kleerkast staan. Kiezen.
Voor mijn schoenenrij staan en naar beneden kijken. Veters of velcro? Ik ben al bijna te lui ben om überhaupt schoenen aan te doen. Velcro.

Veters of velcro?

Naar school wandelen, via de gewoonlijk route. Ik denk dat ik ze met de ogen toe zou kunnen afleggen.
Voorbij de arts school, steile berg op, bocht naar rechts, oversteken indien groen/rechtdoor lopen indien rood. 200 meter verder wachten indien rood/oversteken indien groen (als ik rood heb bij het eerste licht en ik versnel mijn pas een beetje, heb ik doorgaans groen bij het tweede – zeg nu nog eens dat ik geen optimaal gebruik maak van mijn tijd). Zigzaggen tussen verluchtingsschachten, dóór het hoofdgebouw, langs de boekenwinkel, oversteken, door het bloemenperkje dat toch al kapotgetrapt was door andere mensen, eerste betonstrook, gras, tweede betonstrook, gras. Links kijken, rechts kijken, shit het is hier omgekeerd. Rechts kijken, links kijken, het allemaal niet zo goed meer snappen en dan maar gewoon oversteken in de hoop dat de auto’s wel zullen stoppen voor mijn maandagochtendzelf. Steile berg naar beneden, bocht naar links, voorbij rechtenbibliotheek het auditorium binnen.

Tijdje zitten met mijn rugzak op mijn schoot, staren in de verte. In een ooghoek wandelt vervolgens de prof binnen. Zuchten en notablok uit rugzak tillen. Daar gaan we dan.

Rest van de dag bestaat voornamelijk uit typen en lezen. In de categorie typen is blog typen het hoogtepunt. Categorie lezen kent vanavond een hoogtepunt: mijn dagelijks hoofdstuk Catcher in the Rye.

Straks yoga. Yeey. Ooh wat loop ik over van enthousiasme vandaag. Een en al glimlach.


Op maandagen functioneer ik op automatische piloot. Automatische piloten lachen niet. (De zon lacht ook niet. De zon is een bal met lava. La-va lacht niet, lul.)



For all you music loving people, I think I have officially fallen in love with Bandcamp today. My new favourite musician for at least this week but quite possibly very much longer is Natalie Holmes. I particularly like the song Looking Up. (She's from Bristol and turned 18 today. Yes, yes, people way younger than me are ruling the world these days. Please don't remind me.)


She made the cover art herself. She's awesome.

I'll introduce you to some other geeky Youtube music people on occasion.

donderdag 26 mei 2011

Regen, speculoos en Scandinavisch vandaag

Mijn titel is lichtjes ongeïnspireerd vandaag, dat besef ik, al is hij een accurate weergave van de inhoud. Ik heb de titeldesinspiratie evenwel gecompenseerd door mijn blog een nieuwe look aan te meten. Geef mij een blogontwerpdashboard met knopjes en ik ga ze allemaal eens uitproberen. Ben er nog niet helemaal uit of ik het geslaagd vind, maar verandering van spijs doet eten, nietwaar, en dat is tenslotte waar het allemaal om draait. Eten.
(Op een of andere manier komt mijn gedachtengang altijd bij eten uit. Ik denk dat dat veel zegt over mijn onderbewuste en mijn overlevingsinstincten. Eten! Dzjoef, stamp, elleboogstoot, sprintje - voor MIJ.)

Ik ben zonet de les internationaal recht ontvlucht en door de gietende regen terug naar huis gedzjaard.
Waarom voelen proffen die nood om halfslachtige gastsprekers uit te nodigen die niemand echt hoeft te zien of horen? Een obscure politicus was de gevangen vis (de prof had een vis gevangen, heeft u hem? ...zucht) in kwestie. Ik zag hem binnenkomen en herkende zijn gezicht van een speech twee weken geleden op UNIMUN.* Een mens zou zich beginnen afvragen of politici feitelijk iets zinnigs te doen hebben in hun leven, als ze op donderdagnamiddag zonder problemen tijd kunnen maken om universiteitslezingen te geven en zich onterecht belangrijk te voelen. Meneer de Politicus kon mij de eerste keer al amper boeien, laat staan twee keer. Exit Domi.

Kloddernat na tien minuten wandelen, dat moet Auckland zijn. Of die ene keer in Gent, toen ik van de Ledeganck naar huis ben gefietst in topje en zonder schoenen en met opgerolde broek. De rest van mijn kleren had ik in mijn rugzak gepropt. De redenering: hoe minder ik aanheb, hoe minder er nat kan worden. Dat bleek overigens correct.

Bij de regendruppels die langs mijn raam naar beneden gotsen past muziek van Agnes Obel en een kop koffie met échte speculoos** en een academisch verantwoord artikel van Martti Koskenniemi. Martti wie? Ja, dat dacht ik ook toen de prof ons aanraadde het te lezen. Een Finse rechtsgeleerde (oelala, we gaan Scandinavisch vandaag***) die naar het schijnt interessante theorieën ontwikkelt over internationaal recht. Als in: theorie theorie, quasi-filosofisch. Meer kan ik er niet over kwijt, ik moet het nog lezen. Volgende week gaan we internationaal recht op een superabstract niveau bestuderen in de les, ik kijk er alvast naar uit. Och, die inhoud altijd, dat is zo overroepen. Abstract is leuker!

Kokosnootdingsken lezen dus maar. Straks is er een afscheidsfeestje voor internationale studenten, ik heb nog niet beslist of ik er heen ga. De organisatie had de belofte van gratis t-shirts nodig om volk te lokken, dat klinkt alvast weinig veelbelovend. Daarenboven komt gratis eten meestal neer op gratis eten voor de eerste tien man. Oei, hadden we te weinig? Oeps! Amateurs. Tot slot hadden ze er niet bijverteld dat het zo hard ging regenen, en dat is wel degelijk een excuus om thuis te blijven.
Over het gehele universum bekeken maakt het eigenlijk geen zak uit of ik nu wel of niet naar dat feestje ga. En Domi, ze liet de gedachte doordringen dat niets ooit uitmaakt in het universum, berustte in de relativiteit der dingen en nam nog een koekje.



*UNIMUN staat voor University Model United Nations, een weekend Verenigde Naties naspelen, inclusief workshops en... gastsprekers.
** Die heb ik cadeau gekregen van de rechtenstudent die in september naar Gent komt. Het zijn de kleine dingen!
*** Agnes Obel is Deens, ik dacht dat dat algemene kennis was.

woensdag 25 mei 2011

Tien à vijftien bananen

Het is woensdag, ik zit in de les milieurecht en ik blog om de verveling te verjagen.* Ik doe ook nog andere dingen, versta mij niet verkeerd.** Jaja, het ontstaan van een nieuwe gewoonte (vorige week deze tijd was ik ook aan het bloggen, nvdr). Niet dat ze nog lang zal duren want het is de voorlaatste lesweek en geloof mij, de temperatuur van de kolen onder mijn achterwerk stijgt niet traag en lineair maar eerder snel en exponentieel. Geen paniek, nog anderhalve week, blijf ik mezelf buiten adem toefluisteren. Ik ben zowaar zelfs al klaar met mijn leeswerk voor internationaal recht. Sorry, soms voel ik de nood mijzelf een complimentje te geven.
België is volop aan het studeren, ik weet het, veel succes allemaal blabediebla. Laat mij u even van boven uw boeken wegsleuren en u verblijden met een verhaal over bananen. Tien à vijftien daarvan. Ne schonen tros, zoals men in het fruit- en groentenjargon pleegt te zeggen.

Moest iemand mij op een random dag vragen de vraag te formuleren waarop het antwoord luidt 'tien à vijftien bananen', dan zou ik eerst zwijgen, vervolgens de persoon in kwestie raar aankijken en komen aandraven met iets volstrekt irrelevants als 'Wat is het wereldrecord van meeste bananen in een enkele tros?' of 'Wat is het hoofdingrediënt voor bananencake als ik een feestje houd waarop 30 mensen zijn uitgenodigd?', gevolgd door een lach vol onbegrip want hoe in godsnaam zou ik moeten weten waar persoon in kwestie op aanstuurt.

Drie dagen voedsel voor mijn yogaleerkracht
De bananenkwestie kwam aan bod tijdens yoga op maandagavond. De yogaleerkracht, het moet gezegd, ze is goede vorm. Dat ze zes dagen op zeven yoga beoefent als beroep zal daar wel iets mee te maken hebben, vermoed ik zo, maar zij wijt het ook grotendeels aan haar dieet. Af en toe probeert ze haar kennis over het leven op ons over te brengen en afgelopen maandag ging het over voedsel. Die vrouw haalt naar eigen zeggen, hou u vast, tachtig procent van haar dagelijkse calorieën uit fruit en van dat fruit is het merendeel... bananen.
Tien à vijftien bananen per dag is een voedingspatroon, dames ende heren, een voedingspatroon. I threw up a little bit in my mouth.*** Ze heeft er niet bijverteld welke supplementen ze nodig heeft om het gebrek aan, hmmmm laat mij denken, alles, te compenseren, maar een hoogtepunt van gevarieerde voeding lijkt het mij het alleszins niet.

Over eetgewoonten gesproken, ik ben een rijstfretster geworden. Niemand eet hier aardappelen, tenzij als groente. Ik heb in het begin van het semester eens twee aardappelen gekocht. Ik heb ze opgegeten omdat ze in mijn ijskast lagen te verpauperen, maar heb het concept aardappel sindsdien nog geen seconde gemist.**** Rijst en pasta, olé.
En dan is er vlees. Thuis eten we sowieso al weinig rood vlees, geen reden, het is gewoon ons ding niet. Behalve de broers dan, maar die zijn op vlak van eten vergelijkbaar met duiven en zeemeeuwen: ze eten alles zonder er al te veel over na te denken. Ik eet nu enkel rood vlees wanneer ik er erg veel zin in heb en dat is praktisch nooit. Ik zou perfect nietroodvleeseter kunnen worden. De redenen die mij daarvan weerhouden zijn viervoudig.
  1. Nietroodvleeseters zijn geen in de maatschappij aanvaarde groep. Men bekijkt hen als vegetariërs die de regels niet helemaal begrijpen of het karakter niet kunnen opbrengen om ook vis en gevogelte te laten vallen.
  2. Er is geen woord voor 'het niet eten van rood vlees', dat heb ik opgezocht.
  3. Ik zie niet in waarom ik mezelf in een vakje zou proppen en me het plezier zou ontzeggen van vlees te eten wanneer ik er zin in heb. Ik heb er principieel immers niets tegen.
  4. Kaassaus met spek.
Ik associeer vlees met mensen op barkrukken achter aangedampte ramen met straatzicht in fastfoodketens met druipende hamburgers in hun mollige handen. Ze mogen hun Big Macs houden. Ik ben mogelijks bevooroordeeld, maar ik denk niet dat ik veel mis.

 

* Als zeurende hoofdpijn een klank had, dan klonk het als hem. Andere vergelijking: stervende puppy.
** Ik doorzoek het internet om militaire conflicten overal op deze planeet beter te begrijpen. Nooit zal ik nog meewarig het hoofd schudden op cocktail- en andere avonden. Vanaf nu ben ik een geïnformeerde medemens.
*** Dat klinkt echt niet in het Nederlands.
**** Frieten zijn géén aardappelen, ok! Toch niet in mijn hoofd.

vrijdag 20 mei 2011

Het probleem met milieurecht

De les internationaal milieurecht is waar ik mij momenteel bevind. Ik ben tegenwoordig meestal zo snugger om mijn nota's mensenrechten mee te nemen en mij daarmee ledig te houden. Twee vliegen in één klap, want ben ik naar de les geweest? Ja, fysiek gezien ben ik naar de les geweest, en daar is mijn geweten al meer dan tevreden mee.
Afgelopen woensdag komt de prof het auditorium binnen - dat doet hij meestal, dat is zijn job - terwijl ik bovenvermelde nota's aan het herschikken was en me schrap zette voor een uurtje concentratie. Zegt hij doodleuk dat we vandaag video gaan kijken over biodiversiteit en schakelde in een elegante zoef-beweging het licht uit. Tot zover mijn notaleesplan.
Ik voelde mij terug als in het middelbaar. Video kijken, serieus? Twee uur lang geklaag over hoe de biodiversiteit er jaar na jaar op achteruit gaat maar hoe het nog niet te laat is, als we maar nú handelen. Aan de teksten die die mens ons geeft te zien, zit hij met zijn hoofd in de wolken van de jaren negentig en dat is ok zolang hij daar niemand mee lastigvalt maar hey man, de wereld is sindsdien ge-e-vo-lu-eerd. Volgens mij ligt de fase van gewaarwording al jaren achter ons. Ik doe wat ik kan, ik fiets en recycleer en mijn papa heeft een grote tuin aangelegd om te compenseren voor het autorij- en vliegtuigvlieggedrag van het hele gezin. Voor de rest zijn mensen gewoon egoïstische wezens die het hier allemaal om zeep gaan helpen, daaraan twijfel ik nog geen halve seconde. Dat klinkt alsof ik het heb opgegeven, nietwaar? Wel, dat is vermoedelijk inderdaad zo. De mensheid valt niet te vertrouwen en zal eerst al de rest en vervolgens zichzelf succesvol uitroeien.

Kriiii, kriiii, red mij, red mij! Puss in boots-blikken werken altijd beter bij zeehonden. (In feite heb ik geen flauw idee of zeehonden kriiii, kriiii zeggen, dan wel iets anders.) Foto groot genoeg?

De video was van erbarmelijke kwaliteit maar viel bij momenten best wel mee, vooral toen er speciale, met uitsterven bedreigde diersoorten werden geëtaleerd. Vissen met ingebouwde gloeilampen om te kunnen zien in de diepe diepe zee, vogels met ogen waar hun snavel had moeten staan enz. Het hoogtepunt van de hele vertoning was toch wel het moment waarop een gedesillusioneerde vader in de camera keek als puss in boots en zich afvroeg hoe hij zijn tienerzoon in godsnaam hoop moest geven als hij er als vader zelf geen meer had. Want liegen wou hij niet doen, liegen is immoreel. De narrator vond het nodig de retorische roep om hulp en aandacht te beantwoorden met volgende woorden: "Geef je zoon geen hoop." Stilte. "Geef hem liefde." Stilte. "Door die liefde zal hij de kracht vinden om door te gaan." De vader knikte bevestigend. Dat was wat hij zou doen, zijn zoon liefde geven.

aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaarghhhhh
rf-fhd´ij$@sosdij)ffdjklg!&lhiugsd+hm%skf#kjd

Dit is een onomatopee: een schreeuw, gevolgd door de klank van het bonken van mijn hoofd op het toetsenbord. Een langzame en pijnlijke zelfmoord.

woensdag 6 april 2011

KreKelig

Bah bah slechte dag. Wakker geworden vóór mijn wekker, met de gedachte dat dit enkel kon betekenen dat ik hemels uitgeslapen was. Vóór mijn wekker wakker was ik wel degelijk. 4.07am verdorie en ik kan niet zeggen dat ik nadien nog terug in slaap ben geraakt. Dat overkomt me tegenwoordig te veel naar mijn zin. Een nacht doorslapen lijkt haast een verre droom. Ik ben de pasgeboren baby die de nachten van haar ouders huilbui na huilbui in een levende hel transformeert. Behalve dat ik in dit geval niet huil en zowel de baby als haar ouders ben. Drie rollen, geen slaap, z. vermoeiend. Geeuw.

Met de podcast van Tomas staat op! ondernam ik een eerste poging om mezelf wakker te krijgen. Met cornflakes respectievelijk tandpastaschuim in mijn mond en wild rondzwaaiend met een tandenborstel schaterlachen en roepen naar mijn laptop*, ik wil niet weten wat er door de hoofden van mijn flatgenoten in de keuken ging.

Slaaptekort maakt me kregelig.** Futiliteiten die ik anders perfect zou kunnen negeren werken op zulke dagen eindeloos op mijn systeem. Het was mij nog nooit opgevallen dat de microgolfoven zoveel biepgeluidjes maakt. Ook het opentrekken en dichtslaan van het microgolfovendeurtje deed me vandaag de muren opkruipen. Wie eet er nu ook om 11.24am? Een kraan van de arbeiders aan de andere kant van de straat zegt zonder reden tuuut en krrrrr. Mensen gaan naar het toilet en spoelen door, hatelijk is dat. En ze douchen. Mijn flatgenoot doet zijn afwas niet*** en schakelt licht noch tv uit bij het verlaten van zijn kamer. Ik vind geen chocolade terwijl ik er nood aan heb. Ik wil slapen maar het lukt niet. Wie slaapt er nu ook om 12.15pm?

2.05 - 3.55pm Milieurechtelijk gebrabbel dringt van mijlenver door in mijn akoestische bubbel. Dit is niet gewoon saai meer, zelfs niet politiekecrisissaai****. Zelfmoordneiginginducerend is het woord dat men zoekt en ik bezorg. Ik probeer aan iets, eender wat, te denken en zelfs dát lukt niet.  De hemeltergende schoolbanken hebben hier een hoek van 30 graden, perfect om waterflessen en hete koffie te doen afglijden. Dank de ingenieurs, ze hebben hier duidelijk heel goed over nagedacht. De Hollander naast mij leest over mijn schouder mijn schrijfsels mee. Het is dat ik geen mensen sla in publieke ruimtes, of hij had ervan langs gekregen.

Op weg terug naar huis zocht ik vanbinnen in mijn hoofd naar een doel voor de rest van mijn dag, niet echt hoopvol er nog een te ontdekken. Dit alles werd volstrekt irrelevant om 4.19pm, toen een lichtpuntje, wat zeg ik, een lichtPUNT van stroboscoopformaat besloot mijn dag op te fleuren. Het postpakketje in kwestie, op 8 maart laatstleden (u leest dat goed) vertrokken in België, heeft vandaag zijn missie volbracht door middel van aankomst ter mijner appartement. Dankjewel, Karen!

Inclusief woordenlijst. 'Hier volgt een overzicht van alle woorden in de verpakking. U kunt nog meer woorden maken door ze te combineren.'      Al een chance dat ze dat erbij vermelden!

Om 7.00pm ben ik uitgenodigd op een soort Komen Eten bij de Oostenrijkse buurjongen. Op het menu? Schnitzel uiteraard, wat voor een vraag is dat nu. Nadien ondernemen we (de baby en haar ouders, of koninklijk meervoud, zoals u wil) een nieuwe poging tot slapen. Hoop doet leven! Alsook koelkastpoëzie.



* Op dinsdag is er Koffie! En koekskes! En Linde! Met de boekskes! Ons Linde vroeg van "Bethy van Big Brother heeft ooit ... gehad", waarop Tomas antwoordde "een hersencel?". Ik vond het grappig, maar het was nog vroeg en ochtend en slaperig. Wat ze écht heeft gehad, weet ik zelfs al niet meer. Doet er ook niet toe. Moving on.
** Jarenlang verkeerde ik in de illusie dat het correcte woord krekelig was. Het adjectief van het insect, als het ware, ook al hield dat etymologisch gezien weinig steek. Toen ik erop werd attent gemaakt dat de k een g hoorde te zijn, stortte een taalkundig deeltje van mijn wereld in. Ik ben er nog steeds niet helemaal goed van.
*** Er zijn grenzen aan het gebruik van "ik ben een kunststudent" als excuus.
**** Milieurechtsaai hoort evenwel thuis in dezelfde categorie. Boomknuffelende hippie die gedingen inleidt tegen de Duitse Staat en naar eigen zeggen in de rechtszaal komt opdagen met een stervende zeehond in zijn armen. Alsof rechters om te kopen zijn, alsof hij zijn eigen vakgebied belachelijk wil maken. Verkondigt nu al weken dat "capitalism is the root of all evil". Alsof we iets anders verwacht hadden.

vrijdag 4 maart 2011

De vrouw die (g)een broek droeg

Ik zweer op... Ik zweer nergens op, maar ik zweer zonder érgens op de zweren dat het de hele nacht geregend heeft. Zachtjes tikt de regen op mijn zolderraam... - ik heb geen idyllisch zolderraam. Ik heb een raam aan de straatkant met rokers en luidruchtige bouwwerken.

Vanochtend toen de wereld nog nat was leek zich dan ook een excellente opportuniteit voor te doen om een lange broek aan te trekken, want ik heb er vier liggen in mijn kast en nog geen enkele aangehad.
Dat elke beslissing consequenties heeft, is een onaantastbare wetenschappelijke premisse. Een wijs man sprak ooit: God straft, en wel meteen. Jawel, die lieve onbestaande God strafte. Wat na het aantrekken der lange broek volgde hoef ik dan ook niet te verbloemen: op weg naar de les zwat ik mij prompt een ongeluk.*
Een heel college lang speelden zich in mijn hoofd waterspelletjes en naaktscènes af. Wat ik er niet voor zou overgehad hebben! Nieuw-Zeelandse coutume schrijft zedigheid voor op de schoolbanken, al zou ik het - in retrospect - misschien wel uitgelegd gekregen hebben met subtiele verwijzingen naar Maori-riten. Ik heb het er maar niet op gewaagd.
Terug van de les speelde ik het door figuurlijke knievijvers aangetaste boeltje zo snel mogelijk weer uit en repte mij naar mijn pc om erover te bloggen. Hier zit ik dus, in onderbroek voor mijn pc, want dat is wat echte bloggers doen. Aaaaah, beenzuurstof. Het blijft nog een paar maanden rokjestijd.


Shout-out of the day: JEROEN, gelukkige verjaardag! Dat is nu al de tweede keer dat hij de dagprijs wint. Mensen zouden zich dingen kunnen beginnen inbeelden, maar ik zou liegen als ik zeg dat ik daarvan wakker lig. En ik ben geen liegenaar.**

* Ik heb zweette altijd al als absolute nonsens gecategoriseerd. Voor de gemiddelde mens - en zeker voor mij - is eten met stip het frequentst gebruikte werkwoord. Zweten en eten rijmen en moeten dus dezelfde verleden tijd hebben. Iedereen weet dat de verleden tijd van eten at is. Verleden tijd van zweten wordt dus zwat. Ben ik de enige die daarin logica ontwaart?
Ik herinner het mij nog levendig, mijn telefoontje naar de Nederlandse Taalunie. "Wenst u een werkwoordvorm te wijzigen, druk 23 gevolgd door hekje." Waarna leegte en een langgerekte tuuuuuut.

** Liegen - leugenaar: w-w-wat? Hoe? Wáárom?

woensdag 2 maart 2011

Eerste schooldagen, knotsgekke proffen

Nooit echt fan geweest van eerste schooldagen. Ik heb een hekel aan de onwennige drukte, aan de angstzweterige eerstejaars, aan het verloren lopen. In het buitenland is het gevoel precies hetzelfde als thuis. Aangezien de campus van de University of Auckland één groot complex is en niet verspreid ligt over de stad, was de chaos amper te overzien. Ik was mentaal voorbereid en dat was de enige oplossing: dergelijke overrompelende mensenmassa's maken van de meest open persoon moeiteloos een agorafoob, vooral als een groot deel van die mensenmassa Aziaat is. No offense, maar de spleetogige medemens lijkt zich altijd in groep te verplaatsen. Een school vissen. Als het ware.

Nee, eerste schooldagen zijn niets voor mij. Denk maar aan die keer in het vierde leerjaar dat ik wist dat mijn klaslokaal zich om de hoek van de bibliotheek bevond, maar ik de bib niet kon vinden en iedereen Frans sprak behalve ik. Toen de directrice mij vond, verdwaald in het gangenstelsel, was de les allang begonnen en schaamde ik mij dood. Of die keer in het eerste middelbaar dat ik 1 september op het ziekenbed heb doorgebracht, ziek van de stress.
Ik ben al groter nu en kan de dingen relativeren, maar het is toch elke keer een ervaring apart. Men zou een gedragscode moeten maken voor eerste schooldagen. Of een wetboek. Daar zou iedereen baat bij hebben, want aan de blikken te zien ben ik niet de enige die het lastig heeft met het concept  alles is hier zo nieuw. Vorige blogposts mede in rekening genomen is het nu echt wel officieel: ik ben een autist en moet pilletjes nemen. Oh nee, verandering! Jeuk!

Drie dagen verder zijn we intussen, ik heb mijn eerste lessen van elk vak achter de rug en zoals ik op voorhand had kunnen voorspellen valt alles reuzemee.
Volgende proffen hebben de eer aan mij les te mogen geven:
  • Introduction to Common Law: kalende man die honderduit vertelt over zijn strafblad en gevangenisstraf, opgelopen wegens allerlei deugnieterij tijdens een of andere revolutie tegen atoomwapens en andere feiten die het leven op aarde danig bedreigen. Die periode ligt achter hem nu, naar eigen zeggen, en dus werd hij maar prof.
  • International Human Rights: vele studenten volgen dit college omdat de prof wereldberoemd is in Nieuw-Zeeland en mogelijks ook daarbuiten. Heeft het zover geschopt in zijn leven dat hij zich kan permitteren naar de les te komen gehuld in een afgewassen t-shirt, short en slippers. Wandelt rond, denkt na over de wereld.
  • International Public Law: hozee, een vrouw! En een met ballen. Ze is er rotsvast van overtuigd dat haar vak het allerbelangrijkste is in deze faculteit en drijft de spot met proffen die het daar niet mee eens zijn. Besprak in het eerste college de situatie in Libië. Niet gewoon luisteren dus, maar bijleren over wat er zoal gaande is op internationaal vlak.
  • International Environmental Law: geïmmigreerde Duitser, die na 20 jaar leven in Nieuw-Zeeland zo bruin is als mijn ochtendkoffie. Het accent is echter gebleven, een plezier om naar te luisteren. Sterk politiek geëngageerd (de groene kant van het politieke spectrum, uiteraard), kwam daarvoor uit en gaf te kennen daar ook voor de rest van het semester te zullen voor blijven uitkomen. Als doel van zijn colleges moeten we collectief leren "denken met ons hart", want "dat is goed voor onze gezondheid". Solliciterende studenten worden nu en dan wandelen gestuurd wanneer blijkt dat ze milieurecht hebben gestudeerd in Auckland, met de uitleg dat de bedrijven in kwestie "geen Bosselman-recht beoefenen, maar écht recht". Zou waarschijnlijk wiet smoren in het klaslokaal, ware het niet dat een verbodsbord dienst doet als contra-indicatie en iedereen zich daaraan lijkt te houden.
Een universitair systeem waar  ex-criminelen, hippies en, godbetert, vrouwen de volgende generatie opvoeden, dat kan niet anders dan vol-le-dig goedkomen.
De lessen beloven dus de moeite te worden. Voorbereiden is cruciaal, maar ik zie er absoluut niet tegen op. De Engelse teksten zijn moeilijk en in kleine lettertjes gedrukt, maar het is het hopelijk waard. Ik kan mij alleszins de laatste keer niet herinneren dat ik zoveel gegrijnsd heb in colleges.
Een universitair systeem waar  ex-criminelen, hippies en, godbetert, vrouwen de volgende generatie opvoeden, dat kan niet anders dan vol-le-dig goedkomen.